Dag 1: zaterdag 10 juli 1993

Om vijf uur vroeg ging de wekker af. Wonder boven wonder had ik nog wel goed geslapen. Om half zeven hoefden we pas bij de Vrij Evangelische kerk te zijn, maar ik wilde op mijn gemak opstaan. Zo kon ik alles nog even controleren, me opfrissen en aankleden, ontbijten en een lunchpakket smeren. Even voor half zeven verliet ik samen met mijn vader het huis om een paar minuten later bij desbetreffende kerk aan te komen. Hier waren al veel andere deelnemers van World Servants en hun ouders. De bagage werd in een bus gepakt en zelf gingen we ook in de bus. Om kwart voor zeven vertrok de bus richting Schiphol.

Via een omweg – de route volgens de ANWB – kwamen we op de A1. Deze reden we bijna helemaal af tot de rand van Amsterdam. Onderweg was het aardig rustig in de bus, wat waarschijnlijk een combinatie is van zenuwen en slaap. Vervolgens gingen we de A9 op, welke ons door de Bijlmer voer. Het laatste stukje snelweg was de A4, waar we de afrit naar Schiphol namen. De bus stopte netjes voor de vertrekhal. Daar stapten we uit en namen onze bagage mee.

In de vertrekhal zagen we al die anderen weer. We moesten een tijdje wachten voordat we konden inchecken. Toen het moment daar was, was het tijd om afscheid te nemen van mijn vader. We werden ingecheckt en kregen onze ticket en instapkaart. Onze bagage werd gewogen en afgevoerd. Daarna gingen we ergens staan waar het rustig was. Joop en iemand anders van de stichting World Servants Europe sprak ons toe. Daarna werd er gebeden en konden we richting onze gate gaan. Na de douane was er de mogelijkheid om tax free te winkelen. Zelf heb ik alleen een krant gekocht, wat achteraf niet nodig was geweest. Ons vliegtuig had een uur vertraging, dus we moesten nog langer wachten. Even na elven gingen de poorten open. Na een controle op wapenbezit konden we via een slurf het vliegtuig in. Ik zat bij het gangpad. In het vliegtuig kregen we dus een krant!

Na bijna een uur vertraging was het om half twaalf tijd om de stoel rechtop te zetten en de stoelriemen vast te maken. Daar begon de reis naar Kenia en überhaupt mijn eerste vliegreis. Het begon allemaal niet voortreffelijk (niet dat er wat mis was met het vliegtuig). Ik was door het opstijgen en de turbulentie waarin we terecht waren gekomen kotsmisselijk geworden. Anderhalf uur later en na wat gegeten en gedronken te hebben, ging het al weer beter. Ik had gelijk al weer gezondigd door wijn bij de maaltijd te nemen (tijdens het project gold een alcoholverbod). Het eten was lekker, maar weinig. Het vliegtuig was voorzien van radio en televisie. Via de radio was leuke muziek te beluisteren en op de televisie werden leuke programma’s gedraaid, met name een komische film met Mr Bean.

We vlogen met een omweg vanwege de situatie in voormalig Joegoslavië. Na acht uur vliegen begon de verveling toe te slaan. De radio was niets meer dan een bandje van minder dan een uur dat continu herhaald werd, het lezen wilde niet echt lukken en ik was uitgepuzzeld. Tot mijn grote schrik hoorde ik dat we ook nog een tussenlanding zouden maken in Tanzania. Dus kon ik nog een keer misselijk worden. Buiten was het inmiddels donker geworden. Dat krijg je als je in de buurt van de evenaar komt. Voor dat de tussenlanding werd ingezet, kregen we eerst weer een maaltijd. Tegen tien voor half tien landen we in Tanzania. Gelukkig was ik niet erg misselijk geworden. We mochten het vliegtuig echter niet verlaten en er viel niet veel te doen.

Na bijna een uur stegen we weer op richting Kenia. Wederom viel de misselijkheid weer mee, dus het zou wel iets met de eerste keer te maken hebben. Het was nu nog maar een klein stukje vliegen. Rond half twaalf landden we dan na een vlucht van elf uur (tijdsverschil is een uur) in Kenia op het vliegveld van Nairobi. Via een slurf verlieten we het vliegtuig. Via de paspoortcontrole, wat eindeloos duurde, kwamen we in de aankomsthal. Hier konden we onze bagage van de lopende band afhalen. Het zou nu ongeveer middernacht zijn.