Verslag van de Kerry Way van Kenmare naar Killarney

Het was weer verbazingwekkend dat onze benen zich na een nacht rust weer hersteld hadden. Op deze woensdag 28 juli 2004 was onze laatste loopdag aangebroken. Na een goed ontbijt vergezeld met een portie humor door de heer des huizes kwam een iets minder prettige verrassing, namelijk de prijs welke veel hoger was dan dat we tot dusver betaald hadden. Kortom, in Willow Lodge betaal je ook voor de grapjes tijdens je ontbijt.

Bij het verlaten van Kenmare begon de Kerry Way meteen met een beklimming. Een asfaltweg leidde ons recht omhoog de Strickeen Hill op. Met een hoogte van circa 200 meter was dit een goed begin van de dag en waren onze beenspieren gelijk goed warm geworden. We dachten we zodoende al een groot deel de hoogte van onze grootste beklimming voor deze dag hadden afgelegd. Echter, als we beter naar de hoogtelijnen op de kaart hadden gekeken, dan konden we zien dat we eerst weer zouden afdalen naar een hoogte van zo'n 140 meter om een riviertje over te steken.

Tegenover deze kleine tegenvaller stond echter een grote meevaller. De weg die ons op 331 meter hoogte door de windy gap van Peakeen Mountain leidde, was namelijk zeer goed begaanbaar. Na eerst nog een stuk asfalt gevolgd te hebben, ging de weg over in een graspad. Dus dit keer geen ruwe en drassige ondergrond. Op het hoogste punt van deze beklimming konden we nog eenmaal Kenmare River aanschouwen, het beeld dat de afgelopen dagen gedomineerd had.

De afdaling was eveneens tamelijk eenvoudig, hoewel er nu wel meer los grind lag. Verder moesten we zo nu en dan waterstroompjes doorkruizen met behulp van stepping stones. Daarnaast was er sprake van een heuse dazenplaag. We waren continu bezig die beesten van ons af te slaan. Nadeel van dazen is dat je de beesten pas opmerkt nadat ze je gestoken hebben. Omdat stilstaan helemaal fataal was, lag het tempo weer hoog.

Het pad ging uiteindelijk over in een secundaire weg. Op deze weg lag de splitsing van de Kerry Way, welke we ook op de eerste loopdag gepasseerd waren. Rechtdoor konden we nog een keer het rondje gaan lopen; rechtsaf konden we terug naar Killarney. We kozen voor het laatste en moesten gelijk beginnen aan een beklimming. Hoewel we deze route de eerste loopdag ook gelopen hadden, was het de moeite waard om nogmaals te lopen. De bossen waren hier namelijk mooi met mossen begroeid, iets wat we verder niet veel tegen gekomen waren.

Via het bielzenpad stegen we weer naar een hoogte van circa 300 meter. We hadden het voornemen weer op dezelfde plek te lunchen als op de eerste dag, namelijk bij de kleine waterval, maar helaas hadden andere mensen deze plek ook al ontdekt. Zodoende hebben we iets verder op langs de weg onze lunch genuttigd. Het was sowieso veel drukker op de route dan op de eerste dag; we kwamen aanzienlijk veel meer dagwandelaars tegen. De weersomstandigheden waren dan ook beter dan op de eerste dag.

Waar we op de eerste dag de uit natuurstenen opgetrokken trap mocht bestijgen, konden we hem nu afdalen om uiteindelijk bij de Torc Falls uit te komen. Ook het weerzien van deze waterval was bepaald geen straf. We moesten ons echter een pad banen door alle overige toeristen en een enkeling heeft dit onbewust moeten kopen met een tik van onze rugzakken. Op een of andere manier weten mensen zich altijd op de meest handige plekken op te houden.

De route voer ons verder weer langs het Muckross Lake, het Muckross House en het Lough Leane. De paarden met wagens reden af en aan, dus ook daar werden weer goede zaken gedaan. Alhoewel we tijd over hadden, ons tempo lag hoog, lieten we het Muckross House voor wat het was en zetten we koers richting Killarney. Het laatste gedeelte van de route ging weer over de Ring of Kerry. We arriveerden halverwege de middag in Killarney en omdat het nog te vroeg was om bij 'onze' B&B terug te keren, dronken we eerst maar een pintje op de goede afloop.

Nadat we Acara B&B weer teruggevonden hadden en ons daar opgefrist hadden, gingen we Killarney beter verkennen. We bezochten de outlet store, maar net zoals Bataviastad in Lelystad was dit eigenlijk niet veel soeps. Het centrum was echter iets groter dan we aanvankelijk dachten, maar we besloten om de volgende dag op zoek te gaan naar een souvenir. Onze prioriteit lag bij het avondeten. We liepen langs een restaurant, dat veel weg had van een HEMA restauratie. Aangezien we geen zin hadden in een uitgebreid diner, leek ons dit een ideaal plek om onze magen te vullen, wat ook het geval bleek te zijn.

Aangezien we de volgende dag geen grote afstanden hoefden te lopen, konden we een keer de pub in. We zijn geheel willekeurig een pub binnen gegaan. Hier speelde een bandje lekkere Ierse muziek. Op de achtergrond lieten grote beeldschermen muziekbeelden zien. Voordeel van Ierse pubs is dat er niet meer gerookt mag worden. Zodoende kon je normaal ademhalen en gingen je kleren niet stinken naar rook. Gelukkig mag er in de pubs nog wel bier gedronken worden. Maar negen loopdagen waren toch goed voelbaar, zodat we voor sluitingstijd de pub alweer vaarwel zeiden.