Verslag van de Kerry Way van Sneem naar Kenmare

Na een goede nachtrust moesten we op dinsdag 27 juli 2004 vroeg op, daar we na twee betrekkelijk rustige dagen een lange dag voor de boeg hadden. Het ontbijt was als vanzelfsprekend goed en het was op zich niet onaardig om een paar woorden in Anglo-Dutch uit te wisselen. Kortom, ook Sneem River Lodge was de moeite waard om aan te doen en lag bovendien nog dichtbij de Kerry Way.

In Sneem vervolgenden we dus de Kerry Way, welke in het dorpje zelf al het asfalt verliet. Via goed begaanbare onverharde en later weer verharde wegen liepen we door een enigszins heuvelachtige omgeving van weilanden en natuurlijke bossen richting Kenmare, onze eindbestemming van deze dag. Tijdens de gehele route waren we al verscheidene kunststudio’s gepasseerd en ook deze dag stonden ze weer op het programma. Verder keken we regelmatig uit op Kenmare River.

In de buurt van Derryquin kwamen we weer uit op de onvermijdelijke Ring of Kerry, welke we weer een stukje moesten volgen. Aan onze rechterzijde keken we uit op een enigszins verwaarloosde landgoed, dat qua grootte niet onderdeed aan een Nederlands park. Aan het einde van dit landgoed verlieten we de grote weg en volgden we de koetsenroute naar Tahilla. Dit gedeelte was minder goed onderhouden of werd minder vaak bewandeld, aangezien we op sommige gedeelten ons een weg door de braamstruiken moesten banen. Dat Ierland al lang geen ontwikkelingsland meer is, bleek wel uit de gigantische huizen die hier gebouwd werden met grote lappen grond erom heen.

Ter hoogte van Tahilla kwamen we weer uit op de Ring of Kerry om de Tahilla Bridge over te steken. Vervolgens verlieten we meteen weer de grote weg om op een leuk onverhard paadje uit te komen, welke parallel aan de Ring of Kerry liep. Deze weg was echter over het algemeen niet zichtbaar, daar we hoger liepen en er beschoeiing was. Het paadje leidde ons langs de wateren van Lough Fadda en door mooie bossen om ons vervolgens toch nog tot een hoogte van circa 120 meter te laten klimmen, wat we ook weer mochten afdalen.

Ter hoogte van Blackwater kwamen we wederom uit op de Ring of Kerry om dit maal Blackwater Bridge over te steken. Op deze brug hadden we mooi zicht op de waterval. Ook na deze brug mochten we de grote weg meteen weer verlaten om Dromore Wood te betreden. Hier daalden we de laatste meters af en kwamen uit op de monding van de rivier die we net overgestoken hadden in Kenmare River. Dit was dan ook een schitterende omgeving om van onze lunch te genieten. Het was toch een vreemd gezicht om golven waar te nemen in een water wat op een rivier lijkt.

De zon was inmiddels flink doorgebroken, dus we moesten ons goed insmeren. We vervolgden de route die ons over smalle bospaadjes langs Kenmare River voer. De paadjes waren soms zo dichtbegroeid dat je er helemaal in verdween. Verder viel op dat het bos aan de randen mooi begroeid en groen was, maar meer naar binnen toe tamelijk doods aanschouwde. Af en toe werd het pad wat breder om ook voor auto’s toegankelijk te zijn. We passeerden op den duur een vrij recent gerenoveerd kasteel dat dus ook weer bewoond werd. De mensen in deze buurt boerden dus goed. Na een misinterpretatie van een bord, geraakten we tijdelijk af van de route. Eenmaal terug op de route leidde een pad met zwaar beschadigde struiken aan beide zijden ons naar de Ring of Kerry.

Dit maal hadden we wat minder geluk wat betreft de Ring of Kerry. We moesten deze weg een lange tijd volgen. De zon stond nog altijd hoog aan de hemel, de weg was net voorzien van een nieuwe asfaltlaag en behalve onze eigen schaduw was er weinig beschutting te vinden. De weg liep door het buurtschap Templenoe, alwaar halverwege een winkeltje moest zijn waar we hoopten een ijsje te kunnen kopen. Dit was ons echter niet gegund, waardoor we maar verder gingen met asfalt happen. We kwamen verder tot de conclusie dat de zon om een of andere reden altijd in onze nek en op onze kuiten scheen.

Door deze omstandigheden was ons tempo minder geworden en moesten we onze prognose van aankomst in Kenmare aanpassen. Bovendien moest het zwaarste gedeelte van de route nog komen. Nadat we de Ring of Kerry weer mochten verlaten, begonnen we aan de beklimming van Lacka Hill. Met een hoogte van nog geen 150 meter viel de beklimming qua hoogte wel mee, maar de ondergrond bestond op sommige plekken uit brokken zand waardoor het vervelend lopen was. De route was verder slecht aangeven. Op den duur kwamen we weer een markering tegen en bleek dat we het enige gedeelte door het bos gemist hadden.

Na eerst een stuk afgedaald te zijn, konden we meteen aan de volgende en tevens laatste beklimming beginnen, namelijk die van Gortamullin Hill. Ook in dit geval viel de hoogte van nog geen 200 meter wel mee, maar speelde eveneens de ondergrond parten. Deze was drassig en ging door zeer hoge grassen. Op het hogere gedeelte leken de markeringen wel willekeurig geplaatst te zijn, waardoor we kris-kras over de heuvel heen liepen. De aanwezigheid van dazen maakten de wandeling niet aangenamer. De fraaie uitzichten verzachtten gelukkig de pijn.

Op geheel eigen wijze weten we elkaar altijd moed bij te brengen, zo ook deze dag. Vol cynisme en zelfspot begonnen we aan de moeizame afdaling met continu zicht op onze eindbestemming. Als een soort van rode draad kwamen we uiteindelijk weer op de Ring of Kerry. Deze leidde ons naar het centrum van Kenmare, alwaar we op zoek zijn gegaan naar een B&B. Met Willow Lodge dachten we een geschikte overnachtingsplek gevonden te hebben en gelukkig hadden ze nog net een kamer vrij.

Na ons opgefrist te hebben, strompelden we naar het centrum van Kenmare om alvast wat boodschappen voor de volgende dag te doen en om een hapje te eten. Kenmare was een relatief grote plaats met leuke winkelstraatjes en een fatsoenlijke supermarkt. Ook qua eetgelegenheden was er voldoende keuze, maar het visvoer overheerste hier eveneens. In de Atlantic Bar hebben we uiteindelijk goed gegeten, alhoewel het wel een rare combinatie was om bij je lasagne ook patat geserveerd te krijgen.