Verslag van de Kerry Way van Caherdaniel naar Sneem

De eerste week Ierland zat er op toen we op maandag 26 juli 2004 wederom van een goed ontbijt genoten. Ook hier konden we later aan ons ontbijt beginnen dan gepland, maar een kwartiertje was te overbruggen. In onze B&B zat ook nog een Frans stel dat het wat minder nauw nam met fatsoensregels. Waar wij nog probeerden om onze ontbijttafel netjes achter te laten, maakten zij er een grote bende van. Ondanks het mindere uitzicht kon ook The Olde Forge een positieve beoordeling meekrijgen.

Ook deze dag zou de afstand makkelijk te overbruggen zijn. We liepen eerst weer langs de Ring of Kerry terug naar Caherdaniel. Hier gingen we via een graspad tussen zeer mooie wilde fuchsia’s naar het punt, op een hoogte van zo’n 150 meter, waar de oorspronkelijke route van de Kerry Way liep. Aan onze linkerzijde waren lagen de heuvels van Coomnahorna, terwijl aan onze rechterzijde de monding van de Kenmare River in de Atlantische Oceaan te zien was. Eigenlijk was deze rivier ook onderdeel van de oceaan, daar het zout water bevatte en onderhevig was aan de getijden.

Op het punt waar we weer op de hoofdroute kwamen, daalden we weer langzaam af. De route volgde de oude, negentiende-eeuwse route naar Sneem. Dit hield dus in dat de paden relatief breed en goed begaanbaar waren. In een moordtempo zetten we dan ook koers richting Sneem. Ter hoogte van Castlecove moesten we weer een stukje asfalt happen. Voor schapen geldt als er maar gras te grazen is, want op de plaatselijke begraafplaats zorgden deze beesten ervoor dat er geen maaimachine aan te pas hoeft te komen.

Waar de secundaire weg naar links afboog richting de overblijfselen van Staigue Fort, gingen wij een zandpad in om aan onze zwaarste beklimming van de dag te beginnen. Via een afwisselend ruw en drassig ondergrond ging een paadje door de zadel van de heuvel op circa 200 meter hoogte. Na een lichte afdaling om de huizen van Bohacogram te passeren, gingen we weer licht stijgen door een ravijn, aldus de routebeschrijving. Op het hoogste punt hadden we wederom mooi uitzicht op Kenmare River.

De afdaling leidde ons door de bossen van Gortdromach. Hier was de route door het bos aangelegd, alwaar we weer over een uit boomwortels bestaand pad moesten lopen. Het was dan ook een zegening om na verloop van tijd weer een wat minder hobbelig ondergrond onder onze voeten te hebben. De route kwam uiteindelijk uit op de Ring of Kerry, welke we een stukje moesten volgen. Het lopen langs deze weg is niet ongevaarlijk, daar de weg niet al te breed is, terwijl touringcars en vrachtwagens elkaar moeten passeren.

We waren dan ook altijd weer blij als de weg mochten verlaten. De route leidde ons nu door de overblijfselen van wat ooit een oud eikenbos moest zijn geweest. Zoals we reeds vaker hadden met wat op de kaart of in de routebeschrijving als overblijfselen werd aangeduid, zagen we hier weinig van. De omgeving deed ons eerder denken aan het veengebied bij Cahersiveen, dat vanwege de turf toch ook een bepaalde nostalgie uitstraalde. De route ging vervolgens toch nog door een bos, alwaar we na het oversteken van de Owreagh River door middel van een hoge voetbrug op de secundaire weg naar Sneem uitkwamen.

De afstand voor deze dag was kort, de route was goed begaanbaar en ons tempo lag hoog. We konden natuurlijk niet zonder geluncht te hebben Sneem binnen lopen en aangezien het toch lunchtijd was, hebben we eerst onze rugzakken weer wat lichter gemaakt en genoten van een goede broodmaaltijd. Met de laatste paar kilometers voor deze dag daalden we de laatste meters af naar zeeniveau, alwaar het, volgens de routebeschrijving attractive en award-winning, dorpje Sneem lag.

Sneem was in ieder geval de meest toeristische plek waarin we beland waren, nadat we Killarney achter ons hadden gelaten. Busladingen vol toeristen werden gelost en geladen, het was dringen geblazen op de smalle Sneem Bridge, de winkeltjes hadden hun koopwaren over de hele straat uitgestald en we behoorden tot de gelukkigen die nog geld uit de automaat konden halen alvorens deze leeg was. Met dat geld hebben we elk een half-literbak Snickers ijs gekocht en opgepeuzeld bij de waterval in de Sneem River, vlakbij de eerdergenoemde brug.

Nadat onze lichamen voldoende afgekoeld waren, hebben we onze B&B opgezocht, welke zeer toepasselijk Sneem River Lodge genaamd was. De B&B lag aan de rand van het dorp en keek inderdaad uit op de rivier. Verder bleek het gerund te worden door een stelletje Nederlanders; de man was van oorsprong Rotterdammer en actief geweest in de zeevaart.

Weer terug in het centrum van Sneem leek het alsof er zich een ramp voltrokken had. Alle toeristen waren verdwenen, de winkeltjes waren gesloten en ook de meeste eetgelegenheden hadden hun deuren al gesloten. Het was zo goed als uitgestorven op straat. Na even zoeken hadden we toch nog een leuk restaurant, the Blue Bull genaamd, gevonden alwaar we van een heerlijke shepherd’s pie hebben genoten.

Op de terugweg naar onze B&B hebben we het dorpje nog eens wat beter verkend. Zodoende kwamen we bij zeer mooi aangelegde tuinen terecht, welke vrij toegankelijk waren. Aan de rivierzijde was een pad dat ons langs allerlei stenen kunstwerken voerde. Het was nu begrijpelijk waarom het dorpje verschillend awards gewonnen had.