Moslims onder gastarbeiders

Na de Tweede Wereldoorlog ging het niet zo best in Nederland, aangezien veel onbruikbaar was geworden. De werkloosheid was dan ook hoog en de lonen waren laag. Veel Nederlanders waren toen naar AustraliŽ, Nieuw-Zeeland en Canada geŽmigreerd in de hoop daar een beter leven te mogen hebben dan hier in Nederland.

Na 1960 ging het met de welvaart in Nederland zeer goed. Ze steeg snel en er ontstond een gebrek aan arbeiders. In landen als Turkije en Marokko ging men ook wel moderniseren, maar een gewone man moest daar zwoegen en zweten om voldoende te verdienen om net rond te komen. In Marokko waren het vooral de kleine boeren die met deze problemen te maken hadden. Hun werd immers geen geld geleend door de Marokkaanse overheid. Deze mensen trokken veelal eerst naar de stad in de hoop daar de welvaart te vinden, maar dit viel vaak tegen. Wel hoorden of lazen ze dat wanneer ze naar Nederland of Duitsland wilden, ze naar het arbeidsbureau moesten gaan.

Zodoende kwamen er veel Turken en Marokkanen als gastarbeider naar onder andere Nederland met hulp van de regering en van bedrijven. De meeste mensen in Nederland dachten dat de gastarbeiders na een paar jaar overbodig zouden zijn. In de meeste bedrijven werd namelijk geautomatiseerd. Er kwamen steeds meer ingewikkelde machines en computers in gebruik, waardoor er minder werknemers nodig zouden zijn. Dit kwam echter niet uit; verreweg de meeste buitenlanders bleven in Nederland.

Vanaf 1975 ging het echter steeds slechter met de economie in Nederland. Niet alleen veel gastarbeiders, maar ook honderdduizenden Nederlanders verloren hun baan. Ondanks dat veel gastarbeiders hun baan verloren, bleven de meeste met hun gezin in Nederland. In het vaderland ging het immers nog slechter dan in Nederland. Bovendien hadden zij hun beste jaren hier gegeven en waren hun kinderen hier geboren of opgegroeid. Bij terugkeer naar Turkije of Marokko verloren ze verder allerlei rechten op een uitkering. Tenslotte bestond er het gevaar dat hun kinderen daar niet meer konden aanpassen. Door hun verblijf in Nederland waren ze vaak vervreemd van de cultuur van hun ouders en grootouders.

Onder de groep gastarbeiders waren vele moslims, die op deze manier hun geloof meebrachten naar Nederland. Na een paar jaar gewerkt te hebben, kwam de familie ook over naar Nederland en ging hier eveneens verder met het belijden van de islam. De regering stemde ermee in dat gastarbeiders hun eigen geloof mochten behouden. Heden ten dage worden dan ook moskeeŽn en koranscholen aangetroffen in Nederland.